Zijn eigen ziel

Zwerver Cees Baerts
Foto Pixabay
Purmerend – Verhaal – Gehaast liep de goedgeklede man langs de gangpaden van zijn vaste supermarkt. Hij verzamelde precies wat hij nodig had, niets te veel en niets te weinig. Eén voor één zakten zijn boodschappen in zijn lichtblauwe mandje. De inhoud van zijn mandje was een afspiegeling van zijn drukke bestaan. Hapklare brokken en kant-en-klaarmaaltijden. Geen tijd te verliezen, net als op zijn werk.

Altijd alert en altijd scherp. Geen onzin vertellen, maar zeggen waarop het aankomt. En doen wat nodig is om zo snel mogelijk resultaat te hebben. Dat moest ook wel, want er was steeds meer werk voor minder mensen.

Zijn werkgever beloonde zijn inzet met een dikke auto en een riant salaris. Dat eiste echter wel zijn tol; aan het einde van een week was hij compleet uitgeput. Zijn oog viel op een winkelende zwerver, zonder het bekende blauwe mandje. Het was een korte, gedrongen man met een onfris uiterlijk. Hij droeg een halflang bruin jack met zo’n vette kraag, een vieze spijkerbroek die hem te groot was en oude gympies zonder veters. Met smerige handen en lange zwarte nagels pakte hij het ene na het andere artikel, om het na een kort onderzoek weer terug te zetten. Herhaaldelijk keek hij schichtig om zich heen, alsof hij zich bespied voelde. Dat de man iets te eten of te drinken zocht was wel duidelijk, maar wat dan toch?

schlemiel

De kantoorman vervolgde zijn weg en verloor hem uit het oog. Wat een schlemiel, dacht hij nog. Ook deze vent is ooit jong en misschien ambitieus geweest. Zou hij nog ouders of kinderen hebben? Wat een verschil was er toch in onze maatschappij. Waarom viel dat hem nu pas op? Dat kwam vast door de naderende feestdagen, kerst en nieuwjaar. Iedereen hangt dan de barmhartige Samaritaan uit, om dat de rest van het jaar weer te vergeten. Waarschijnlijk is die zwerver te lui om te werken of een normale baan te zoeken. Misschien stond hij wel ergens met zo’n daklozenkrantje om zijn geld op een eenvoudige manier binnen te harken. Steek je handen maar eens gewoon uit je mouwen, vader, dacht hij.

Bij de kassa stonden de twee mannen plotseling achter elkaar. De kantoorman met zijn kant-en-klaarmaaltijden en de zwerver met zijn goedkope bruine blikjes bier. Tussen hun boodschappen werd zo’n balkje geplaatst, alsof ze daarmee wilden zeggen: ‘Dit is van mij, afblijven.’ Plotseling voelde de kantoorman een steek in zijn borst. Wat heb ik nou? dacht hij. Het zal de vermoeidheid wel zijn. Zijn ademhaling stokte. Hij greep met één hand richting zijn hart en met de andere zocht hij steun aan de kassaband. De zwerver die achter hem stond, vroeg meelevend: ‘Gaat het, meneer?’ Met ‘Het gaat goed,’ stelde de kantoorman zijn omgeving gerust. Maar dit had hij nog nooit eerder meegemaakt.

De lieve aanblik en geruststellende woorden van de zwerver maakten diepe indruk op hem. Daarop haalde het bordje tussen de boodschappen weg en schoof een groot deel van zijn kant-en-klaarmaaltijden bij de blikjes bier. Nu keek de zwerver hem boos aan. ‘Hé, dat is mijn bier, blijf daar met je poten van af’! Je denkt toch zeker niet dat ik jouw vreten ga betalen.’ Daarna begon hij de maaltijden terug te schuiven. ‘Nee, natuurlijk niet,’ antwoordde de kantoorman. ‘Ik betaal uw boodschappen vandaag.’

Sodemieter op

‘En waarom dan wel?’ vroeg de zwerver, sodemieter op. De kantoorman schrok van deze reactie en antwoordde in een opwelling dat hij een heel goede dag had gehad. ‘Ik gun u ook een stukje van mijn winst.’ En weer werden de boodschappen bij het bier geschoven. De zwerver toverde nu een plastic zak tevoorschijn. Snel pakte hij zijn bier en de maaltijden bij elkaar. ‘Je bent niet goed bij je hoofd man. Wie denk je wel dat je bent.’

Toch was er ook blijdschap in zijn donkere ogen te zien en even glommen ze zelfs. Als een klein kind met een nieuw speeltje dat bang was het weer kwijt te raken, omarmde hij zijn bier en verdween in de drukte van het winkelcentrum. Zonder boodschappen voor zichzelf, maar een emotie rijker, liep de kantoorman verdwaasd richting zijn auto op het parkeerterrein. Waarom doe ik dit toch? speelde het door zijn hoofd. Na kort nadenken wist hij het. Hij had zijn eigen ziel vrijgekocht.

Na een jarenlange strijd tegen dyslexie, leerde Cees Baerts uiteindelijk lezen en schrijven. Met name dat laatst pakte zijn aandacht en groeide uit naar liefde voor de Nederlandse taal. Het uiteindelijke resultaat, een prachtig boek met 35 Amsterdamse verhalen.

Soms komisch, soms verdrietig, maar altijd vermakelijk en nooit ten koste van de ander.

Bovenstaand verhaal komt uit De bundel, ‘Het komt op als…’

Is onderandere te koop bij:

1* Vivant Gildeplein – Gildeplein 42 – 1445 BM Purmerend – Tel 0299-644670
2* Vivant van Oostrom – John F. Kennedyplein 13 – 1443 EA Purmerend – Tel 0299-424952
3* Het Leesteken – Zuidersteeg 2 – 1441 BD Purmerend – Tel 0299-771834
4* All Office – Newtonstraat 30 – 1446 VR Purmerend – Tel 0299-630000
5* Bol.com – klik hier 

Nu 13,95 en te koop in de boekhandel.